Wat gebeurt er op de grond?
Vliegen in Zuid-Soedan is één ding. Maar wat gebeurt er allemaal als je bent geland op je bestemming? Als eerste natuurlijk op een logische plek parkeren. Soms staat iemand zonder vooropleiding, maar met een geel hesje te wijzen waar je kan parkeren. Maar als piloot ben jij eindverantwoordelijk, dus beslis jij. En zij wijzen gewoon met jouw draairichting mee.
Zodra de motor uit staat, zorg je als eerste ervoor dat de passagiers kunnen uitstappen. Als de motor uitstaat, kan het binnen snel heet worden. Maar omdat passagiers via de achterkant uitstappen, moeten we eerst een steun onder de staart zetten. Als je dat niet doet, kan het vliegtuig achterover kantelen als de passagiers iets te enthousiast uitstappen. Tijdens het pakken en installeren van die tailstand loop je bijna een rondje om het vliegtuig, dus controleer je tegelijk de banden en de propeller op eventuele schade. Het komt weinig voor, maar als je schade hebt, wil je dat het liefst op tijd ontdekken.
Daarna wordt de bagage van de passagiers en/of de vracht gelost en zorg je ervoor dat iedereen zijn of haar spullen ophaalt. Bij spullen die meevliegen zonder passagier (onbegeleide vracht) is de partner er soms nog niet om het op te halen, dus dan bel je met kantoor. Zij nemen vervolgens contact op met de partner, om te laten weten dat hun vracht is aangekomen. In de tussentijd staan er vaak al mensen om je heen die post of een pakketje komen ophalen of afgeven. Als MAF-piloot vervoer je van alles, dus ben je ook een beetje postbode.
Op sommige plaatsen moet je als piloot je vluchtgegevens invullen in een groot boek bij de airstrip officials. Als je hierbij een passagierslijst afgeeft, of een brief over ontheffing op landingsgeld, is (bijna) iedereen tevreden. Op plaatsen waar we vaak komen, is dat geen probleem. Daar kennen we elkaar. Op plaatsen waar we weinig komen, kan dit weleens discussie opleveren.
Soms liggen er losse steentjes onder de propeller. Als de propeller draait, kan die steentjes ‘aanzuigen’ en heb je kans op deukjes in je propeller. Daarom is het goed om op het stukje onder de propeller de steentjes weg te vegen. Vroeger kwam het voor dat sommige airstrip officials wel erg zuinig waren op hun landingsbaan, dus stonden ze gelijk naast de piloot om te vertellen dat hij hun landingsbaan kapot maakt. Nee meneer, uw landingsbaan maakt mijn propeller kapot. Daarom veeg ik deze steentjes aan de kant.
Dan is het tijd voor je nieuwe passagiers. Je geeft ze hun ticket met een flesje water, en weegt hen met hun bagage. Met die gewichten maak je de nodige berekeningen en geef je iedereen een stoel. Wel goed oppassen dat iedereen op de juiste plaats gaat zitten, want soms gaan mensen zitten waar ze maar willen. Met name de plekjes voorin zijn populair. Sommige passagiers hebben nog nooit gevlogen, dus mag je voor hen de gordel vastmaken. Als iedereen is vastgesnoerd, geef je een veiligheidsbriefing. Net als in een lijnvliegtuig, maar dan iets kleinschaliger met ruimte voor vragen. Omdat MAF een christelijke organisatie is, eindigen we de briefing altijd met gebed, waarin we Gods zegen vragen voor de vlucht en voor het werk dat deze mensen doen.
Hiermee zijn we klaar om te vertrekken. Je doet de deuren dicht, loopt een laatste rondje om het vliegtuig en checkt of je niets bent vergeten met de ‘deur checklist’. Dan stap je zelf in, klaar om de motor te starten!
